DocHorse Blog

DocHorse Blog

It's all about Horses!

West Nijl Virus (WNV)

West Nijl Virus (WNV)

Muggen zijn verantwoordelijk voor het wijds verspreiden van verschillende ziekten en het besmetten van mensen en paarden. Een van deze ziektes is het West Nijl Virus. Bij zoogdieren, dus ook mensen, veroorzaakt het WNV een ontsteking van de hersenen en ruggenmerg. 40% van de besmette paarden komt uiteindelijk te overlijden aan het WNV. Het bestaan van het WNV is al tientallen jaren bekend, maar pas in 1999 werd het voor het eerst vastgesteld in de VS, waarna een epidemie uitbrak en tussen 1999 en 2012 meer dan 25 000 paarden besmet zijn geraakt. Het WNV is ook in Europa vastgesteld. In 2008 was een uitbraak in Italië, en in 2010 werden in onder andere Italië, Griekenland, Spanje en Hongarije besmettingen gemeld.

Verspreiding

Het WNV komt voor onder vogels die in het wild leven en wordt tussen de vogels verspreid door muggen. Vogels zijn daarom het ‘natuurlijke reservoir’ voor de ziekte, omdat grote concentraties van deze ziekte in hun bloed voorkomt. Paarden en mensen worden meestal geïnfecteerd doordat zij worden geprikt door een mug die is besmet met het WNV doordat de mug een besmette vogel heeft geprikt. Wanneer een besmette mug een paard prikt komt het virus in het lichaam van het paard terecht en verspreidt zich door het lichaam via het ruggenmerg naar de hersenen waar het een ontsteking veroorzaakt. Anders dan vogels hebben mensen, paarden en andere zoogdieren geen hoge concentratie van het virus in het bloed. De besmetting loopt bij deze gastheren dood, omdat een besmetting niet van mens of paard op mug kan worden overgegeven. WNV besmetting kan overigens ook plaatsvinden door bijvoorbeeld bloedtransfusie of van merrie op veulen tijdens de dracht.

Symptomen

Wanneer een paard wordt besmet met het WNV vermenigvuldigt het virus zich in de bloedbaan en dringt het centrale zenuwstelsel (d.w.z. hersenen en ruggenmerg). Klinische symptomen openbaren zich meestal zo’n drie tot 15 dagen na blootstelling aan het virus. Paarden die zijn besmet met het WNV laten de volgende symptomen zien: koorts, ataxie, struikelen, zwakte van de achterhand, onverschilligheid, niet willen eten, veel liggen (en niet kunnen opstaan), spiertrillingen, tanden knarsen, moeite met slikken, het duwen van het hoofd tegen een muur of stalwand, koliekverschijnselen, een loshangende onderlip, doelloos rondlopen, overmatig zweten, gedragsveranderingen, stuiptrekkingen en zelfs comateuze staat.

Diagnose

Ieder paard dat plotseling abnormaal gedrag laat zien of neurologische afwijken heeft (zoals ataxie of  spiertrillingen) moet zo snel mogelijk worden onderzocht door een dierenarts. Het is belangrijk andere neurologische afwijkingen zoals rabiës, EPM (equine protozoaire myelo-encefalitis), andere virale zenuwaandoeningen, Wobbler syndroom, botulisme, etc. Een dierenarts kan bloedonderzoek doen om WNV te diagnosticeren bij paarden die de klinische symptomen van het WNV laten zien. Bij het controleren van de bloedwaarden zal de dierenarts ook rekening houden met de ent geschiedenis van het paard (er bestaat namelijk een enting tegen WNV en sommige paarden worden hiervoor al ingeënt) omdat sommige onderzoeken het verschil tussen een geïnfecteerd en een ingeënt paard niet kunnen onderscheiden. Daarom is het van groot belang de entingen die het paard krijgt zorgvuldig te documenteren. Tot de diagnose is gesteld zal de dierenarts aan symptoombestrijding doen om het paard meer comfortabel te maken.

Behandeling

Er bestaat (nog) geen behandeling of genezing voor paarden die zijn besmet met het WNV. Dierenartsen raden aan ontstekingsremmende medicijnen en eventueel vocht met een infuus  toe te dienen. Verzorging ter ondersteuning van het paard om te controleren dat deze wel voldoende eet en drinkt is belangrijk, evenals het voorkomen van zelf toegebrachte verwondingen door het paard. Sommige dierenartsen hebben geprobeerd paarden met een WNV besmetting te behandelen met antivirale medicijnen en entingen. Tot op heden is de effectiviteit en veiligheid van deze behandelmethode nog niet bewezen, maar er wordt nog altijd actief onderzoek gedaan naar deze methode in zowel de humane- als diergeneeskunde.

Prognose

In vergelijking met mensen, die vrijwel nooit sterven aan het WNV, is het aantal paarden dat komt te overlijden na besmetting met WNV hoger, namelijk zo’n 40%. Paarden die veel liggen en niet meer kunnen opstaan hebben een grotere kans op overlijden dan besmette paarden die op de been kunnen blijven. Ook hebben jonge paarden een betere kans op overleven dan oudere paarden. Dat gezegd hebbende, zal zo’n 60% van de besmette paarden volledig herstellen van een besmetting met het WNV. Helaas zal zo’n 40% van de besmette paarden er minder goed vanaf komen. Na herstel van de eerste infectie kunnen klinische symptomen zichtbaar blijven, zoals afwijkingen in de gangen van het paard en gedragsveranderingen. Zo’n 10% van de paarden kan daarnaast ook nog een terugval krijgen na hersteld te zijn verklaard.

Preventie

Hoewel het aantal besmette paarden weer is afgenomen blijft het WNV (in ieder geval in de VS) een van de belangrijkere ziektes bij paarden die niet zijn ingeënt in de VS. Daarom wordt in gebieden waar het WNV voorkomt aangeraden de paarden hiertegen in te enten. Echter zijn er nog altijd eigenaren die ervoor kiezen hun paard niet in te enten tegen WNV, omdat zij dit niet als ‘echte’ bedreiging zien voor het paard. Vaccinatie tegen WNV in combinatie met het gebruik van mug werende middelen wordt gezien als het meest effectief bij de preventie van WNV. Afhankelijk van het klimaat, leeftijd en blootstelling aan muggen wordt aangeraden paarden 1 x per jaar (bij jonge paarden in een klimaat waar duidelijk verschil is tussen zomer en winter) te vaccineren. In gebieden met een meer gematigd klimaat, met blootstelling aan muggen gedurende het gehele jaar, en bij oudere paarden kan men ervoor kiezen het paard meerdere malen per jaar in te enten om besmetting te voorkomen.

Daarnaast is dus muggenbestrijding en het voorkomen dat populaties zich uitbreiden van groot belang, omdat een kleiner aantal muggen de kans op besmetting verkleint. Lees hier hoe je insecten kunt weren van het terrein

Tot slot kan het weren van nestelende wilde vogels in of bij de stal ook voorkomen dat deze zorgen voor besmetting. Mocht je een dode vogel vinden op je stal, met name kraaien, blauwe gaaien, eksters, uilen en haviken, meld dit dan bij de dierenbescherming en laat deze verwijderen en eventueel onderzoeken op eventuele besmetting met WNV.

Terug naar: Aandoeningen